Hoe kunnen onderwijs en bedrijfsleven beter samenwerken?
Om een betere samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven te bewerkstelligen gaan leerlingen van het Beatrix College het lokale bedrijfsleven de helpende hand toe steken. Op projectbasis gaan zij diverse opdrachten uitvoeren. Rond het thema ‘Milieu”gaan leerlingen van het Beatrix-College opdrachten uitvoeren bij verschillende bedrijven.
- Voor het Natuurmuseum ontwerpen de leerlingen een nieuwe leskist over afval, voor groep 8 van de basisscholen en onderbouw voortgezet onderwijs.
- In opdracht van BAT-Milieustraat ontwikkelen de leerlingen een informatiefolder voor de bewoners van de Reeshof (Tilburg). Deze folder bevat tips voor het beter gescheiden aanleveren van afval.
- In samenwerking met BAT-Milieustraat gaan leerlingen onderzoeken of er geld bespaard/verdiend kan worden door het beter scheiden van afval.
- Bij Heijmans gaan leerlingen onderzoeken hoe puin kan worden hergebruikt in beton.
Door wie uitgevoerd;
- 3 Havo leerlingen van het Beatrix-College,
- Docenten van het Beatrix-College,
- Docenten en stagiaires van Fontys Lerarenopleiding Tilburg,
- Fontys TOP3C
- Heijmans
- BAT-Milieustraat,
- Natuurmuseum Tilburg.
Toelichting;Enige tijd geleden is de Fontys lerarenopleiding in Tilburg, samen met scholen in Tilburg en met een aantal regionale bedrijven en instellingen, een project gestart met als doel een betere aansluiting tot stand te brengen tussen de lerarenopleiding voor de algemeen vormende vakken en de beroepsopleidingen. Het project heeft als naam gekregen TOP3C, waarbij TOP staat voor Tilburgs Onderwijs Productiebedrijf en 3C voor Context, Concept en Competentie.
Het Beatrix-College heeft in het kader van TOP3C een milieuproject opgezet. Hierbij wordt het traditionele klaslokaal vervangen door een leeromgeving bij bedrijven. De leerlingen werken hierbij aan opdrachten die in samenwerking met verschillende bedrijven zijn opgesteld. Doordat de leerlingen bij de bedrijven aan opdrachten werken wordt de theorie direct gekoppeld aan de praktijk. Hierdoor kan de theorie in een referentiekader worden geplaatst en krijgen de leerlingen meer inzicht in de zin en toepassingsmogelijkheden van wat ze leren.



