Gemeente Tilburg stelt weetteelt voor aan minister Klink
Geachte heer Klink,
Op de wiettop van 21 november jongstleden hebben 33 burgemeesters van Nederlandse gemeenten met coffeeshops een gezamenlijk slotverklaring aangenomen. Onderdeel
van deze verklaring was de uitspraak dat het "noodzakelijk is over te gaan tot
regulering en beheersing van de achterdeur (productie en handel). Te beginnen met een
georganiseerde en gemonitorde pilot."
In 2000 heeft wijlen burgemeester Stekelenburg van Tilburg een voorstel gedaan aan de
toenmalige Minister van Justitie de heer Korthals om te komen tot een dergelijke pilot.
Dit verzoek werd destijds niet gehonoreerd. Naar aanleiding van de wiettop heeft de
Burgemeester van Tilburg de Gemeenteraad van Tilburg toegezegd om het toenmalige Tilburgse initiatief nieuw leven in te blazen.
Hierbij geven wij u te kennen dat Tilburg zich opnieuw wil aanmelden bij het Rijk voor een pilot met regulering van de `achterdeur´ van de coffeeshops.
Om die reden zullen wij het Tilburgse voorstel uit 2000 aanpassen aan de eisen van
deze tijd. U ontvangt dit voorstel begin 2009. Deze brief gaan in op de hoofdlijnen van ons voorstel.
Het Tilburgse plan behelst in de kern de vorming van een gesloten circuit van het totale productie- en verkoopproces voor de lokale cannabismarkt in Tilburg. Het betreft een controleerbaar systeem waarbij de voordeurregels c.q. AHOJ-G criteria voor de Tilburgse coffeeshops onverkort van kracht blijven.
In het rapport Preventieve doorlichting cannabisbranche, dat in 2004 verscheen in
opdracht van het Ministerie van Justitie werd gesteld dat: "de `achterdeur´, dat wil
zeggen de bevoorrading van de coffeeshops, bij uitstek de kwetsbare plek is, de
achilleshiel van het Nederlandse gedoogbeleid. De achterdeur blijft in de criminele
sfeer omdat coffeeshophouders bij het inkopen van grotere partijen hasj of nederwiet
afhankelijk zijn van drugshandelaren".
Het huidige cannabisbeleid zoals ooit bedacht loopt tegen zijn grenzen op. Wij zijn van mening dat net zoals bij alcohol, prostitutie en gokken, de markt kan worden
gescheiden waarbij een deel wordt gelegaliseerd en onder controle wordt gebracht en illegale zaken streng worden aangepakt. Dat betekent dat de lokale Tilburgse
cannabismarkt wordt losgeknipt van de export en van de Belgische en Frans
drugstoeristen. Tilburg neemt maatregelen om de lokale handel te beheersen.
Wij zijn van mening dat door te komen tot een gesloten circuit er een scheiding
aangebracht kan worden tussen een legale teelt voor lokaal gebruik en de overige
illegale teelt bedoeld voor de export. De georganiseerde teelt en de georganiseerde
criminaliteit achter de export van cannabis zal streng worden bestreden, niet alleen
langs strafrechtelijke maar ook langs bestuurs(rechte)lijke weg. Het plan geeft meer
mogelijkheid tot preventie en voorlichting en tot het bewaken van de
gezondheidsrisico´s met name door maximalisatie van het THC gehalte. Daarnaast
biedt de aanpak meer zicht op de `achterdeur´ c.q. op de werkelijke omzet van de
Tilburgse coffeeshops.
Keerzijde van het plan is een stringente aanpak van de illegale hennepteelt. De aanpak van de gevaarzetting en overlast door hennepteelt heeft in Tilburg al jaren hoge prioriteit. Tilburg is na Rotterdam de tweede stad die stringente bestuursrechtelijke maatregelen toepast bij de ontmanteling van hennepkwekerijen. Het gaat hierbij om de toepassing van spoedeisende bestuursdwang, preventieve last onder dwangsom, woningsluiting op grond van de wet grootstedelijke Maatschappelijke problematiek en inschrijving in het Kadaster o.g.v. de wet Kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen.
De bestrijding van de georganiseerde misdaad achter de hennepteelt zal verder zijn
beslag krijgen middels de reguliere opsporing door politie en Openbaar Ministerie
alsmede via de vorming van een Regionaal Informatie en Expertise Centrum waarvan
Tilburg een van de participanten is.
Contouren
Doelstelling van het plan is vierledig: ten eerste het terugdringen van de
(georganiseerde) criminaliteit rond de hennepteelt, ten tweede het terugdringen van de gevaarzetting, overlast en verloedering die is verbonden met de hennepteelt; ten derde het beperken van gezondheidsrisico's door een betere controle op de kwaliteit van de cannabis en ten vierde het genereren van betrouwbaardere informatie over de omzet van de coffeeshops ten behoeve van de Belastingdienst.
Op grond van de eerdere onderzoeken door politie en Openbaar Ministerie ter
voorbereiding van het plan van 2000, geven wij vooralsnog de voorkeur aan een
systeem waarbij de lokale coffeeshophouders zelf een productiebedrijf exploiteren. Wij gaan er vanuit dat gezien de handhaafbaarheid er plek is voor circa 3 van dergelijke bedrijven. De gemeente zal een aantal randvoorwaarden stellen aan deze pilot. Zo zullen de coffeeshops die willen deelnemen aan de pilot worden gescreend op grond van de wet BIBOB. Daarnaast zullen de coffeeshops akkoord moeten gaan met de eis om gedurende de pilot geen hash in te voeren van buiten Tilburg, verkoop van hash zal leiden tot sluiting van de coffeeshop. Daarnaast zal er ook geen export van Tilburgse wiet plaats mogen vinden buiten Tilburg. Verder zullen er eisen worden gesteld conform de exploitatievergunning en dienen de coffeeshops mee te werken aan preventieactiviteiten van Novadic-Kentron. Tot slot zullen de coffeeshops mee dienen te werken aan stringente structurele controles door gemeente en politie, de Arbeidsinspectie en de Voedsel & Waren Autoriteit. In het definitieve plan zullen wij verder ingaan op de naleving van het wettelijk kader (Opiumwet, Wet Damocles, Wet Milieubeheer, Wet op de Ruimtelijke Ordening, Arbeidsomstandighedenwet, Bestrijdingsmiddelenwet, Mededingingswet).
Tilburg heeft in 2007 de exploitatievergunningplicht voor grow- en smartshops
ingevoerd. Door een integrale aanpak van gemeente, politie, Openbaar Ministerie en
Belastingdienst is het totale aantal van 29 grows- en smartshops middels een
uitsterfbeleid inmiddels teruggebracht tot 7 shops. Wij gaan ervan uit dat een pilot met gereguleerde teelt betekent dat op termijn deze shops helemaal kunnen verdwijnen uit de stad. Wij zullen binnen Tilburg een werkgroep opstarten om een dergelijk proces verder voor te bereiden. Als deelnemers zullen onder meer worden aangezocht: politie, Openbaar Ministerie, Novadic-Kentron en Belastingdienst. Daarnaast stellen wij voor om te komen tot een landelijke stuurgroep bestaande uit het Ministerie van Volkgezondheid, Welzijn en Sport, het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, het Ministerie van Justitie als ook het Trimbosinstituut, het WODC en de Landbouw Universiteit
Wageningen.
Een afschrift van deze brief sturen wij onder meer aan de voorzitter en de
leden van de vaste Kamercommissie van Justitie en Volksgezondheid, Welzijn
en Sport, aan de Hoofdofficier van het parket Breda de heer Mr. H. Hillenaar
en aan de burgemeester van de gemeente Eindhoven de heer R. van Gijzel en
de burgemeester van Maastricht de heer G. Leers.
Met vriendelijke groet,
het college van burgemeester en wethouders van Tilburg,
de secretaris, de burgemeester,
dr. M.L. Wilke a.i. dr. R.L. Vreeman



