Eugenie Kabeberi wint eenentwintigste editie Tilburgse Vredesprijs
De prijs wordt elk jaar, dit maal voor de eenentwintigste keer, uitgereikt aan een persoon die zich belangeloos inzet voor verdraagzaamheid, respect en een vreedzame samenleving zowel lokaal als mondiaal.
De Tilburgse Vredesprijs is een regionale activiteit van NCDO, geïnitieerd door COS Brabant en medegefinancierd door de Gemeente Tilburg.
Het juryrapport
De Tilburgse Vredesprijs 2009 is toegekend aan Eugenie Kabeberi
De jonge Burundese Eugenie Kabeberi ontmoette haar Nederlandse man Theo, toen deze als landbouwspecialist voor de VN in Burundi kwam werken. Zij was destijds werkzaam als bibliothecaresse bij diezelfde VN. Na hun huwelijk verliet Eugenie haar vaderland en volgde haar man bij zijn werk, in heel Afrika en ver daarbuiten
In die periode zat Eugenie echter verre van stil. Waar het werk hen bracht vond Eugenie, die destijds al bruiste van energie, ook haar eigen weg. Zo ging ze aan de slag als secretaresse of zette een handeltje op, zoals de ijscokar, die zij bij vertrek cadeau deed aan de dienstjongen.
Het echtpaar kreeg intussen drie kinderen. Toen deze op een gegeven moment gingen studeren settelde Eugenie zich met hen in Frankrijk. Theo sloot zich bij haar aan na zijn pensioen. Na drie jaar verhuisde het gezin naar Tilburg, waar Eugenie nu alweer 12 jaar woont.
Door de burgeroorlog die Burundi een decennium lang in haar greep hield, kon Eugenie pas na heel lange tijd haar thuisland weer bezoeken. Daar aangekomen werd zij enorm geraakt door de toestand die ze aantrof in haar geboortedorp Musigati. Vele mensen die zij kende waren in de oorlog gestorven, het dorp was onherkenbaar veranderd, huizen en gebouwen vernield of geplunderd, tuinen en veldjes lagen er verwaarloosd bij. Vooral veel mannen bleken de oorlog niet te hebben overleefd. Toen de vrouwen, veelal weduwen die gevlucht waren, in Musigati terugkeerden bood hun dorp een troosteloze indruk.
Eugenie besloot ter plaatse haar oor te luister te leggen bij de vrouwen van de zwaar gehavende gemeenschap. Deze bleken niet bij de pakken neer te willen zitten. Ze verenigden zich in de vrouwenorganisatie “Aprofer Dufatanye”, bestaande uit ruim 100 weduwen en zijn van plan hun gemeenschap op te bouwen om zo de motor van de economie weer op gang te brengen.
Uit de gesprekken die Eugenie voerde met de vrouwen bleken het de weeskinderen in de gemeenschap te zijn die één van de grootste problemen vormden.
Deze groep wezen bestond uit aidswezen en kinderen die door de jarenlange oorlog wees waren geworden. Daarnaast waren er de kinderen die door soldaten verwekt waren bij vrouwen en meisjes; kinderen die vaak uit schaamte door hun moeders werden achtergelaten.
In Burundi is het een gebruik dat wezen worden opgevangen door buren. Door de economische situatie echter, konden de vrouwen het niet meer opbrengen om voor alle wezen te zorgen. Bovendien gaven de vrouwen aan dat de voedselschaarste zwaar op hen drukte, ze wilden weer eigen voedsel gaan verbouwen.
Van de gesprekken die Eugenie voerde met de vrouwen uit de gemeenschap, heeft zij dvd-opnames gemaakt. Ze liet de vrouwen zien zoals ze waren. De vrouwen lieten op de dvd zelf zien wat ze al tot stand gebracht hadden om hun dorp weer op te bouwen, en wat er nog nodig was om de boel verder op gang te krijgen.
Deze aanpak bleek bijzonder effectief. Eenmaal terug in Nederland richtte Eugenie de Stichting Mwana na Mama (Stichting Moeder en Kind) op en gewapend met de dvd ging zij geld inzamelen om een weeshuis op poten te zetten.
Eugenie had, in overleg met de vrouwen, haar zinnen gezet op een kapotgeschoten coöperatie-gebouw. De verbouwing werd gedaan door een groep plaatselijke jonge bouwers.
Daarnaast werden er activiteiten ontplooid om de vrouwen hun eigen voedsel te laten verbouwen. Een stuk land dat Eugenie in bezit had, schonk zij aan de vrouwen en er werd gezorgd voor zaaigoed, land, gereedschap. Cavia’s en konijnen werden gefokt voor consumptie.
Om ook in Nederland mensen te betrekken bij haar project zet zij een “adoptieplan” op. Voor een klein bedrag per maand kan men “meter” of “peter” worden van één van de kinderen die in het weeshuis wonen. Mensen ontvangen een beknopt dossier van hun “petekind”en worden regelmatig op de hoogte gehouden middels informatie vanuit Burundi.
Naast het adoptieplan pakt Eugenie in Nederland van alles aan om geld bij elkaar te krijgen voor haar stichting. Ze is de drijvende kracht achter Mwana na Mama. Door haar persoonlijkheid wint zij makkelijk de harten en het vertrouwen van de mensen die zij overal ontmoet.
In de opstartfase van haar project heeft Eugenie vooral veel steun gehad vanuit de kerken en maatschappelijke organisaties, maar ook van familie en vrienden.
De kracht van Eugenie is dat zij goed kan luisteren en begrijpt wat de mensen nodig hebben. Ze heeft tevens oog voor de zelfredzaamheid en duurzaamheid van haar projecten. Ze is lid van het Africa Development Platform en wisselt ervaringen uit met anderen die actief zijn in haar regio.
Zo is ze nu bezig met het realiseren van een veeteeltprogramma en biogasinstallatie. Deze laatste moet eigen energie gaan opwekken voor het weeshuis. Ze is zich er als geen ander van bewust dat alles “stapje-voor-stapje” moet gebeuren en blijft steeds in dialoog met de vrouwen van “Dufatanye”. Ze probeert langzaamaan steeds meer economische activiteiten op gang te brengen en droomt ervan dat het huis op termijn geheel zelfvoorzienend gaat worden.
De Vredesweek van dit jaar heeft als motto Naar een nieuwe klimaat van vrede. Naar het idee van de jury heeft Eugenie zo’n nieuwe kijk ontwikkeld en zich daadwerkelijk een aanpak eigen gemaakt. Zij heeft haar eigen situatie en de kansen die het leven haar bood, aangewend om de mensen in haar thuisland niet te vergeten. Het feit dat zij met niet aflatende energie ijvert voor een betere toekomst voor haar landgenoten, heeft de jury doen besluiten dat zij de Vredesprijs 2009 meer dan verdient!



